 |
|
|
|
De volgende extra modules kunnen worden gebruikt om een nog hoger rendement van de Hänel microprocessorbesturingen te behalen:
Extra MP-module 01 |
Beheer van externe containers |
Complete containers met de hierop aanwezige artikelen kunnen uit de Lean-Lift genomen en bijvoorbeeld met behulp van een transportwagen naar de productieafdeling gebracht worden.
De bijbehorende magazijngegevens blijven in de lift opgeslagen. Na het terugzetten van de container worden de op-/uitgeslagen artikelen op de lift geregistreerd. |
|
Extra MP-module 02 |
Toegangscodebeheer |
Via het gebruikersbeheer kunnen verschillende gebruikersgroepen gedefinieerd worden. Een gebruikersgroep krijgt toegangsrechten tot bepaalde delen van het magazijn (lift, plateau/container en bij de Rotomat® ook tot afzonderlijke magazijnvakken). Aan elke gebruiker wordt een gebruikersnummer en wachtwoord toegekend.
Daarnaast wordt elke gebruiker ingedeeld in een groep, waarmee tevens de voor hem toegankelijke magazijndelen toegewezen worden. |
|
Extra MP-module 03 |
Artikelpoolbeheer |
Artikelpoolgegevens zijn onafhankelijk van de opslagplaats en bevatten gegevens die de artikelen beschrijven, zoals bijvoorbeeld artikelnummer, omschrijving en/of door de klant zelf gedefinieerde aanvullende velden.
Artikelpoolgegevens kunnen tijdens het bedrijf via de interface overgedragen en zodoende ook elk moment geupdate worden. |
|
Extra MP-modules 04 |
Beheer van de opslagplaatshoogte |
Aan elk plateau /iedere container kan een relatieve hoogte toegekend worden. Bij het automatisch zoeken naar een opslagplaats wordt een opslagplaats met de gewenste hoogte voorgesteld aan de gebruiker.
Met name in de Lean-Lift® wordt de ruimte optimaal benut, omdat alleen onderdelen met dezelfde hoogte op een container opgeslagen worden. Te hoog beladen containers kunnen, al naargelang de instelling, door de lift worden afgewezen. |
|
|
Extra MP-module 05 |
Minimale opslagtijd |
Uitslaan is pas mogelijk, nadat een ingestelde tijd is verstreken.
Toepassingsvoorbeeld: de artikelen moeten tussentijds opgeslagen worden om uit te harden, af te koelen etc., voordat ze naar de productieafdeling gebracht worden. |
|
Extra MP-module 06 |
Bewegingsjournaal |
Voor de registratie van bedrijfsgegevens kunnen alle in-/uitslagprocessen kunnen met vermelding van de hoeveelheid, kostenplaats, het opdrachtnummer, opslagplaatsen of vrij definieerbare gegevens in het bewegingsjournaal geregistreerd en uitgedraaid of aan het HOST-systeem overgedragen worden. |
|
Extra MP-module 07 |
Controle van de barcode |
Bij het in- of uitslaan van een artikel wordt de bediener verzocht om ter controle het artikelnummer in te voeren, bijvoorbeeld via de barcode.
Hierdoor wordt gegarandeerd dat de bediener het juiste artikel in- of uitslaat. |
|
Extra MP-module 08 |
Beheer van vrije plaatsen |
Artikelen kunnen worden opgeslagen in verschillende containertypes met een vooraf gedefinieerd formaat. Deze instellingen worden als vaste structuren toegewezen aan de afzonderlijke plateaus/ containers.
Er kunnen ieder moment lege containers toegevoegd of gewist worden. Bij het automatisch zoeken naar een opslagplaats wordt dan telkens een lege container van het opgevraagde type voorgesteld. |
|
|
Extra module camera |
Geïntegreerde camera |
Door een in de Lean-Lift® geïntegreerde camera wordt bij elke containerbeweging een beeld van de container geregistreerd. Een vast aantal beelden per container wordt gearchiveerd, zodat materiaalveranderingen op de container kunnen worden nagegaan.
Via de beeldinformatie kan een artikel op een container direct op de besturing geïdentificeerd en naar de werkopening gebracht worden. |
|
Extra MP-module 20 |
Plateauvoorpositionering |
Parallelle en seriële plateauvoorpositionering worden gebruikt voor een effectievere picking. Alle apparaten in een pickinggroep worden gelijktijdig gepositioneerd of het eerstvolgende apparaat wordt al tijdens het verwerken van de orderpositie op de vorige lift gepositioneerd. |
|
Extra MP-module 21 |
Inventarisatiefunctie |
De inventarisatiefunctie ondersteunt een permanente inventarisatie, d.w.z. dat alle opslagplaatsen van een artikel minimaal eenmaal per jaar fysiek geïnventariseerd en voor documentatiedoeleinden opgeslagen moeten worden. |
|
Extra MP-module 26 |
Uitleenbeheer |
Het uitleenbeheer is zinvol voor de opslag van artikelen die geen verbruiksgoederen zijn en steeds weer in de lift opgeslagen worden.
Bij het uitleenbeheer wordt de identiteit van de uitlener opgevraagd en opgeslagen. De uitleenoverzichtslijst geeft een overzicht van uitgeleende artikelen, uitleenduur en de bijbehorende uitlener. |
|
|
|